De Wit A.F. - Transisalania Provincia vulgo Over-Yssel. - 1680 ca.

€380,00
Artikelnummer: dTK2000aP
Beschikbaarheid: Op voorraad
Levertijd: aangetekende verzending binnen 3 werkdagen

Informatie

Oudtijds gekleurde folio formaat kaart van de provincie Overijssel uitgegeven door Frederik de Wit te Amsterdam.

Omschrijving

Met titelbalk boven. Linksonder carthouche met wapen van Overijssel en gedecoreerd met een visser, turfsteker en wat vee. Rechtsonder een cartouche 'Verklaringe der Teeckenen'.

Afmeting prent: 46 x 53,5 cm. Afmeting papier: 53,5 x 63 cm.

Verso: blank.

Kopergravure uitgegeven door Frederik de Wit in 'Nieuw Kaertboeck van de XVII Nederlandse Provinciën' te Amsterdam. De kaart is een kopie van de originele kaart van Claes Jansz. Visscher uit 1652, maar iets groter en op details verschillend.  

Het duurde het tot het midden van de 17de eeuw voordat er een betrouwbare kaart van Overijssel beschikbaar kwam. Tussen 1640 en 1650 werd de provincie in kaart gebracht in opdracht van de Staten van Overijssel door Nicolaas ten Have, conrector van de Latijnse School in Zwolle. Zijn fraaie overzichtskaart kwam eindelijk uit in 1650. 

Nicolaas ten Have (1604-1650) was conrector aan de Latijnse school te Zwolle. In die jaren liep er een geschil tussen de Twentse drost, Johan van Raesfelt, en Drenthe over de grens met het landgoed de Eze bij Steenwijk, waarvan Van Raesfelt de eigenaar was. De drost had zich op de landdag van 24 maart 1639 beklaagd dat de Drenten zich in het proces beriepen op een kaart waarop de grenzen van Overijssel zijns inziens onjuist waren aangegeven. Daarop besloten Ridderschap en Steden van Overijssel de Gedeputeerde Staten op te dragen 'een betere ende perfecte lantcaerte van dese provintie' te laten maken. Aan de resolutie werd de opmerking toegevoegd: 'doer de lantmeeter deser landtschap'. Achteraf werd 'de lantmeeter' veranderd in 'een lantmeeter'. In de zeventiende eeuw was de bekwaamheid van een gewone landmeter zeker niet toereikend voor het maken van grote gewestkaarten. Het is heel wel mogelijk dat Rutger van Haersolte, sedert 1633 gedeputeerde in het college, de Staten hierop heeft gewezen en zijn oude studiegenoot uit Leiden als kartograaf van academisch niveau heeft aanbevolen. Hoe het ook zij, Ten Have kreeg het werk opgedragen.

Binnen vijf jaar had hij het karteringswerk gereed. Uit die jaren is een geschriftje van hem bewaard gebleven, Geometria, ofte meetconst gedicteerd doer Nicolaum ten Have, conrectorem Scholae Zwollanae. Het bevat behalve de beginselen van de meetkunde ook die van de landmeetkunde. Geen gebruikelijke stof voor gewone scholieren. Ten Have zal bij zijn karteringswerk hulp hebben gehad van medewerkers, die hij zelf eerst moest opleiden. Al op 8 juni 1644 betalen Gedeputeerde Staten een bedrag van 570 caroligulden voor het graveren van 'die grote landtcaerte van dese Provintie door ordre van Ridderschap en Steden bij Niclaes ten Have gemaect'.
 
De kaart werd echter pas in 1648 gedrukt en uitgevoerd als zogenaamd landtafereel: een wandkaart op een schaal van circa 1:100.000 met een totale afmeting van 101 bij 139,5 cm, met aan weerszijden een beschrijving van de provincie en onderlangs de plattegrondjes van de zeven belangrijkste steden van Overijssel. De kaart was één van de laatste maar ook één van de mooiste gewestkaarten van die tijd.
 
Nog in 1648 vervaardigde Ten Have een verkleinde uitgave op atlasformaat, die vanaf 1662 in verschillende edities van Johan Blaeu's beroemde Atlas Maior is afgedrukt. De Amsterdamse graveur en kaartdrukker Claes Jansz. Visscher maakte in 1652 een eigen verkleining op atlasformaat, die in vrijwel alle atlassen van de zeventiende en de achttiende eeuw is herdrukt. Tot in de negentiende eeuw heeft Ten Have het kaartbeeld van Overijssel bepaald; pas toen werd dat door nieuwe methoden verdrongen. In elk geval hebben wij het historische kaartbeeld van Overijssel aan hem te danken. [bron:
J.C.H. de Groot, Overijsselse biografieën]

Frederik de Wit (1630 – 1706) was een Nederlands graveur, drukker en uitgever uit Gouda. Hij vestigde zich rond 1648 in Amsterdam in "De Witte Pascaert". De eerste door De Wit gegraveerde én gedateerde kaarten waren zeekaarten uit 1654. Rond 1660 verschenen de wereldkaart Nova Totius Terrarum Orbis Tabula, een samengestelde wandkaart van ca. 140 x 190 cm. De datering van De Wit's kaarten, atlassen en stedenboeken is moeilijk. Op de meeste kaarten werd namelijk geen jaartal vermeld en de uitgaven bestreken vele jaren. De atlassen begonnen rond 1670 te verschijnen. De atlas der Nederlanden heette Nieuw Kaertboeck van de XVII Nederlandse Provinciën en telde ruim 20 kaarten. De stedenboeken verschenen omstreeks 1695 op de markt. Ze werden mede met koperplaten van Blaeu en Janssonius gedrukt. Na zijn dood werden De Wit's koperplaten verkocht aan o.a. Pieter Mortier, Leonard Valck en Petrus Schenck.

Specificaties

Conditie: Goed, voor een gravure van deze leeftijd. Met middenvouw als uitgegeven en ruime marges. Split in beide marges. Marges met wat scheurtjes. Egaal verkleurd.
Wij slaan cookies op om onze website te verbeteren. Is dat akkoord? Ja Nee Meer over cookies »